In het voortgezet en middelbaar onderwijs moeten scholieren zelf leren om modellen te maken. Daarvoor pleit prof. dr. Wouter van Joolingen tijdens zijn intreerede, getiteld Modeltekenen, die hij op 4 februari aan de Universiteit Twente uitspreekt. Door zelf te modelleren leren scholieren namelijk niet alleen beter abstract te denken; ze leren ook meer over het onderwerp waarover het model gaat.
Wetenschap is tot in alle haarvaten van de maatschappij
doorgedrongen en bij wetenschap spelen modellen een centrale rol.
Denk bijvoorbeeld aan weermodellen, demografische modellen en
economische modellen. We gebruiken ze om complexe verschijnselen
inzichtelijk te maken, verbanden te kunnen ontdekken en
voorspellingen voor de toekomst te kunnen doen. Nu computers steeds
beter en sneller worden, nemen de mogelijkheden van modellen alleen
maar toe en kunnen we steeds meer verschijnselen in een model
gieten. Toch maken scholieren in het lager en middelbaar onderwijs
nog nauwelijks gebruik van modellen. En dat is een gemiste kans
volgens Wouter van Joolingen. Het gebruik van modellen kan
leerlingen namelijk helpen bepaalde onderwerpen beter te begrijpen
en al onderzoekend kennis te verwerven.
Zelf leren modelleren
Het gebruik van modellen biedt dus meerwaarde in het onderwijs,
maar volgens Van Joolingen profiteren leerlingen er nog meer van
als ze zelf leren om modellen te maken. Alle vereenvoudigingen en
keuzes die de ontwerper van een bestaand model gemaakt heeft,
stellen namelijk een bovengrens aan wat de leerling kan leren van
dat model.
Door zelf modellen te maken, leren ze niet alleen beter te
abstraheren en de essentie van een systeem te begrijpen; ze leren
ook meer over het onderwerp waarover het model gaat.
Van Joolingen pleit er daarom voor dat scholieren zelf leren
modelleren. Dat houdt volgens Van Joolingen overigens niet in dat
de toch al druk bezette scholier er nog een nieuw vak bij moet
krijgen. "Modelleren is niet per se iets extra's, het is vaak juist
een goede methode om de bestaande lesstof eigen te maken."
Om te voorkomen dat het maken van modellen voor de leerling te
complex wordt, werkt Van Joolingen aan methoden waarbij de computer
zelf de basis van het model samenstelt op basis van een tekening
van de leerling. Hierbij moet de computer herkennen wat de leerling
tekent en bijvoorbeeld een auto van een vliegtuig weten te
onderscheiden.
CV
Prof. dr. Wouter van Joolingen (1962) studeerde theoretische
natuurkunde in Leiden. Daarna promoveerde hij in 1993 aan de
Technische Universiteit Eindhoven op het ondersteunen van leren met
computersimulaties in natuurwetenschappelijke domeinen. Van 1992
tot 1998 werkte hij aan de Universiteit Twente bij de vakgroep
Instructietechnologie. Na een jaar in het bedrijfsleven werkte hij
van 1999 tot 2004 aan het Instituut voor de Lerarenopleiding van de
Universiteit van Amsterdam. In 2004 kwam hij terug naar de vakgroep
Instructietechnologie aan de UT, waar hij sinds 2009 werkt als
hoogleraar Computationeel Modelleren in Onderwijssituaties.
Noot voor de pers
Wouter van Joolingen sprak op 4 februari zijn intreerede
aan de faculteit Gedragwetenschappen van de Universiteit Twente
uit. Meer informatie of een digitale versie van de oratietekst
(onder embargo tot donderdag 4 februari 16.00 uur) is
beschikbaar.
Voor meer informatie kun je contact opnemen met één van onderstaande personen: