Radu Popovici van de Universiteit Twente adviseert de NS en ProRail om treinen uit te rusten met sensoren die de gladheid van het spoor kunnen meten. Dit kan, zeker in de herfst, vertragingen voorkomen en het spoor veiliger maken. Popovici deed onderzoek naar de wrijving bij gladde sporen. Op 19 februari promoveerde hij aan de faculteit Construerende Technische Wetenschappen op zijn onderzoek.
In Nederland kampen veel treinen in de herfstmaanden met
vertragingen en uitval. Promovendus Radu Popovici van de
Universiteit Twente onderzocht wat je hieraan kan doen. Hij rustte
een trein uit met een sensor die de wrijving meet tussen wiel en
rail. Met een dergelijke sensor weet de machinist of het spoor glad
is of niet. De onderzoeker adviseert de NS en ProRail daarom
treinen met een door hem bedachte wrijvingssensor uit te rusten.
'Dit is een relatief eenvoudige oplossing die niet alleen het spoor
veiliger maakt, maar ook onnodige vertragingen kan voorkomen.
Bovendien maakt de sensor het mogelijk om precies in kaart te
brengen welke delen van het Nederlandse spoornet glad zijn en welke
niet. NS en ProRail hebben aangegeven blij te zijn met het advies,
maar kunnen nog niet aangeven of ze het over zullen nemen.'
Wrijvingssensor
De wrijvingssensor meet naast de draaisnelheid van twee wielen
(een beremd wiel en een niet aangedreven wiel) de wrijving. Op
basis hiervan kan men vaststellen of er sprake is van glad spoor.
Als dit het geval is krijgt de machinist een seintje.
Momenteel rijden treinen nog zonder een dergelijke sensor rond
over het Nederlandse spoornet. Als de machinist niet merkt dat het
glad is, kan dat tot gevaarlijke situaties leiden. En als hij er
ten onrechte van uitgaat dat het spoor glad is, zal hij te langzaam
rijden met onnodige vertragingen als gevolg.
Meer oorzaken
Overigens krijgen de gevallen bladeren in de herfst altijd de
schuld van de vertraging, maar dat is niet volledig terecht,
vertelt Popovici. 'Het probleem treedt op in de herfst, maar
bladeren zijn niet de enige oorzaak. Andere oorzaken zijn de
luchtvochtigheid, de temperatuur en industriële vervuiling.'
Popovici voerde zijn metingen uit op drie trajecten in
Nederland: de driehoek Utrecht-Arnhem-Zwolle, de lijn
Rotterdam-Hoek van Holland en het traject Roosendaal-Vlissingen. De
metingen vonden 's nachts plaats, omdat het niet mogelijk was om
overdag de testtrein over het drukke spoornet te laten
rijden.
Noot voor de pers
Radu Popovici deed zijn onderzoek in het onderzoeksinstituut
IMPACT en de vakgroep 'Oppervlaktetechnologie en tribologie' van de
faculteit Construerende Technische Wetenschappen. Hij werd hierbij
begeleid door prof. dr. ir. Dik Schipper. Het onderzoek is mede
mogelijk gemaakt door financiering van de NS en ProRail. Het
onderzoek is in samenwerking met Wageningen UR, de TU Delft, Iris
Vision en diverse andere bedrijven uitgevoerd. Het proefschrift
Friction in Wheels - Rail Contacts, is op verzoek digitaal
beschikbaar.
Voor meer informatie kun je contact opnemen met één van onderstaande personen: