Gemiddeld één op de tien Europeanen loopt tijdens een behandeling in een ziekenhuis een ziekenhuisbacterie als MRSA op.
In Nederland is het risico gelukkig kleiner, maar nog steeds
raakt drie procent van de patiënten besmet. Dit leidt in Nederland
jaarlijks tot circa 1800 tot 3000 vermijdbare sterfgevallen. Fenne
Verhoeven, promovendus aan de UT, ontwikkelde een internetsite die
het aantal besmettingen moet terugdringen.
Om infectieziekten te bestrijden hanteert elk ziekenhuis een
uitgebreid protocol, variërend van 50 tot wel 150 pagina's. Hierin
staat tot in detail omschreven hoe je om moet gaan met mensen die
(mogelijk) zijn besmet. Het nadeel van deze protocollen is dat de
informatie die erin staat in de praktijk niet altijd goed is terug
te vinden. Communicatiewetenschapper Fenne Verhoeven onderzocht
daarom hoe verzorgend personeel de protocollen gebruikt en of het
de benodigde informatie wel kan vinden. Verhoeven: "Uit mijn
onderzoek kwam naar voren dat het verzorgend personeel in de helft
van de gevallen de gezochte informatie niet terug kon vinden in de
protocollen. Als het personeel het wel vond, duurde het zoeken over
het algemeen erg lang (gemiddeld zes minuten). In de praktijk
hebben ze zoveel tijd niet."
Daarom ontwikkelde Verhoeven een internetsite die de informatie
uit de protocollen op een betere manier moet ontsluiten. De
informatie op haar site is gebaseerd op de officiële, nationale
richtlijnen van de Werkgroep Infectiepreventie en het RIVM. Ze
heeft de informatie alleen op een voor de gebruiker logischere
manier weergegeven; namelijk in de vorm van vragen en de daarbij
behorende antwoorden.
"En dat blijkt te werken," vertelt Verhoeven. "In 90 procent van
de gevallen vond het verzorgend ziekenhuispersoneel het antwoord op
zijn vraag. Bovendien vond het personeel het antwoord veel sneller;
binnen twee minuten in plaats van in zes minuten."
Promoveren
Dat Verhoeven promotieonderzoek aan de universiteit wilde
uitvoeren was voor haar al lang duidelijk. "Tijdens het tweede jaar
van mijn studie communicatiewetenschappen kregen we een gastcollege
van een aio. Toen wist ik: dat wil ik ook! Het leek me erg mooi om
je vier jaar lang op één onderwerp te kunnen storten. Overigens is
de aio van het gastcollege volgens mij nooit gepromoveerd", voegt
ze hier met een lach aan toe. "Maar dat terzijde."
"Toen ik nog aan het studeren was, had ik eigenlijk verwacht dat
ik in de marketinghoek zou promoveren, maar ik ben als het ware in
dit onderzoek gerold." Spijt heeft ze er echter zeker niet van.
"Het mooie van mijn onderzoek is dat je werk echt relevantie heeft.
Je hebt echt invloed op het werk van zorgprofessionals en daarmee
op de maatschappij."
Eén platform
Op 2 oktober is het dan zo ver. Dan promoveert Verhoeven op haar
onderzoek en eindigt een periode van vier jaar onderzoek. Dat
betekent echter niet dat ze ook helemaal stopt met dit onderzoek.
Het wordt namelijk binnen een ander project voortgezet, maar dan
met een veel bredere benadering.
Binnen het nieuwe project wordt de methode van Verhoeven
doorontwikkeld. Haar methode is namelijk ook geschikt om
richtlijnen voor andere infectieziekten in op te nemen. De droom
van Verhoeven is één platform ontwikkelen met daarin de richtlijnen
voor alle infectieziekten.
"Wat ik over 10 jaar bereikt wil hebben? Ik hoop dat het systeem
dan door iedere zorgprofessional in Nederland en Duitsland (want
het project is grensoverschrijdend) wordt gebruikt. Het systeem
bevat dan hopelijk de informatie over alle bekende infectieziekten.
En als er een nieuwe infectieziekte opduikt, zoals onlangs met de
Mexicaanse griep gebeurde, dan hoop ik dat wij ook de richtlijnen
hiervoor direct kunnen gaan hosten. Verder willen we ook een
e-learning programma aan de site koppelen, zodat we deze
tegelijkertijd kunnen gebruiken als trainingsinstrument."
Daar houden de ambities van Verhoeven echter nog niet op. Het is
verder de bedoeling dat de site geschikt wordt gemaakt voor
specifieke ziekenhuizen, en dat ook locale informatie, zoals de
opbergplaats van de mondkapjes, de locatie van operatiekamers en
het merk van gebruikte desinfecterende zeep, opgenomen wordt.
Fenne Verhoeven deed haar promotieonderzoek binnen de vakgroep
Technische en Professionele Communicatie (TPC). Ze werd hierbij
begeleid door prof. dr. Michaël Steehouder (TPC) en dr. Lisette van
Gemert-Pijnen (Psychologie & Communicatie van Gezondheid &
Risico) van de Universiteit Twente en door dr. Ron Hendrix van het
Laboratorium Microbiologie Twente Achterhoek. Haar onderzoek is
mede mogelijk gemaakt door financiering vanuit het Europees Fonds
voor regionale Ontwikkeling, het Ministerie van Economische Zaken
en de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen. Het proefschrift 'When
Staff Handle Staph: User-Driven Versus Expert-Driven Communication
Of Infection Control Guidelines' is op verzoek digitaal
beschikbaar.
Voor meer informatie kun je contact opnemen met één van onderstaande personen: