Prof. Peter Apers van het UT-onderzoeksinstituut CTIT en het 3TU-centrum NIRICT is een tevreden man. Als vertegenwoordiger van een internationaal consortium van universiteiten en grote bedrijven won hij, vlak voor Kerstmis, een spannende slag om een forse subsidie die de Europese ICT veel concurrerender moet maken. “Het was echt spannend. In Boedapest moesten wij ons voorstel presenteren aan een soort jury. Die kregen ook de andere ideeën te horen. Nog diezelfde avond kwam de uitslag: onze groep had gewonnen. Het leek wel Idols.”
'Onze groep' is een samenwerkingsverband uit vijf landen,
waaronder Nederland. Nederlandse deelnemers zijn Philips, de 3TU en
Novay, het vroegere Telematica instituut, CWI en TNO-ICT en
bedrijven uit PointOne. Onder de buitenlandse deelnemers namen als
KTH Stockholm, VTT Finland, Fraunhofer in Duitsland en INRIA in
Frankrijk en bedrijven als Siemens, Deutsche Telekom, Nokia,
Ericsson, SAP, Alcatel-Lucent en Thomson.
Het consortium met de weinig fantasierijke naam EIT ICT Labs
deed mee aan een door het Europees Instituut voor Innovatie en
Technologie (EIT) uitgeschreven competitie: wie heeft het beste
voorstel om Europa een mondiaal leidende rol te bezorgen in verdere
ontwikkeling van ICT? De inzet was een jaarlijkse subsidie van 22
miljoen euro gedurende ten minste zeven jaar. Vergelijkbare
competities waren er op de terreinen 'energie' en 'klimaat'. Die
werden overigens ook gewonnen door consortia met Nederlandse
deelnemers.
Het voorstel van ICT Labs voorziet in versnelde ontwikkeling en
vermarkting van innovatieve ICT-producten en -diensten, in de
eerste plaats ten bate van welbevinden en gezondheid van een -
vergrijzende - bevolking. Maar ook 'plezier' zal niet worden
vergeten. "Fun betekent ook kwaliteit van leven. Waarom
zouden alle games steeds uit de VS moeten komen?", aldus
Iddo Bante, directeur van het CTIT en medebedenker van het winnende
voorstel. En dat is, in een notendop, waar het allemaal om draait:
Europa moet, zoals jaren geleden al in Lissabon afgesproken, de
meest concurrerende kenniseconomie van de wereld worden. De
leidende rol van de VS moet worden overgenomen en niet door Azië.
Op die manier moet de Europese economie in een hoger groeitempo
komen en moeten er fors wat arbeidsplaatsen bijkomen.
"Veel mensen denken dat we de innovaties in de informatie- en
communicatietechnologie nu wel zo'n beetje gehad hebben. Niets is
minder waar", aldus Apers. "ICT staat in het hart van zowel
mondialisering als individualisering. Er zullen veel meer apparaten
op de markt komen met explosieve gevolgen voor internet, omdat veel
van die apparaten daarop aangesloten zullen worden. Tegelijkertijd
moet ICT vergroenen, energiezuiniger worden en gebruiken van andere
energie dan die uit fossiele brandstoffen. In die zin kun je de
toekomst van ICT zelfs zien als schakel tussen noodzakelijke
ontwikkelingen op de terreinen energie en klimaat."
Het winnende consortium, dat overigens zelf een drievoud van het
toegekende subsidiebedrag zal moeten investeren, wil innoveren door
de periode tussen idee en beschikbaarheid op de markt aanzienlijk
te verkorten. Dat heeft ook consequenties voor de academische
opleidingen. Die dienen voortaan echt ondernemende afgestudeerden
afleveren. Mensen die risico's durven nemen. Er moeten
professionals worden opgeleid die zowel technologische als
ondernemende vaardigheden bezitten. Daartoe komen er ook
multidisciplinaire netwerken, waarin onderzoekers, ingenieurs,
economen, sociale wetenschappers en industrieel ontwerpers samen
komen.
Hoewel aan de kant van het bedrijfsleven multinationals bij de
initiatiefnemers behoren, is het niet de bedoeling dat zij de
innovaties afschermen. "In tegendeel", zegt Iddo Bante, "het is de
bedoeling dat het een open innovatie netwerk wordt waarin
nadrukkelijk ook het midden- en kleinbedrijf een rol speelt. EIT
zal ook de kleinere bedrijven helpen om makkelijker de
internationale (niche)markt op te kunnen."
Juist omdat veel producten en diensten nog ontwikkeld moeten
worden, is er over heel concrete uitkomsten niet heel concreet iets
te zeggen. Het gaat om producten en diensten voor welzijn en
gezondheid, zeker in de preventieve sfeer. Maar ook om de vorming
van virtuele buddy-groepen die elkaar 'bewaken'
bijvoorbeeld, zodat niet meteen professionele - dus prijzige - hulp
hoeft te worden ingeroepen. Of om veel meer thuisanalyse van mensen
met een chronische aandoening als suikerziekte. En wat plezier
betreft: wat te denken interactieve games of van een
standaardhotelkamer die zich qua sfeer helemaal aan de gast aanpast
of winkeletalages die werken als touch screen?
www.eitictlabs.eu