9 september staat in het teken van duurzaamheid, ook aan de Universiteit Twente. We spraken met Hans Bressers, werkzaam aan het Twentse onderzoekscentrum voor technologie en duurzame ontwikkeling CSTM.
- Wat is voor hem het belang van zo'n Duurzaamheidsdag?
- Waar legt hij de prioriteit bij duurzame ontwikkeling.
- En bevordert hij dat ook privé?
9 september (09-09-'09) is uitgeroepen tot Dag van de
Duurzaamheid. Overal in het land, ook aan de Universiteit Twente,
zijn er lezingen en andere activiteiten. "Ik ben daar blij mee",
zegt prof. dr. Hans Bressers, tot deze maand directeur van het
CSTM, of zoals de nieuwe naam luidt: Twente Centre for Studies of
Technology and Sustainable Development. "Dat iedere deelnemer een
overtuigde partijganger is, weet je op voorhand. Maar dat maakt
zo'n dag niet onbelangrijk. Je doet er nieuwe ideeën op, ontmoet
elkaar en beseft weer: we zijn niet alleen, we zijn met velen.
Aandacht voor duurzaamheid gaat altijd in golven, kan zomaar
wegebben bij oplopende werkloosheid. Juist daarvoor is zo'n Dag van
de Duurzaamheid. Om het enthousiasme erin te houden."
De Twentse aanpak
Het Twentse centrum voor duurzame ontwikkeling CSTM is betrokken
bij een veelheid van projecten. Energie en klimaat is een van de
onderzoekslijnen. "We bezien bijvoorbeeld wat de
liberalisering van de Europese energiemarkt betekent voor het
milieu. En waardoor blijkt Nederland in windenergie zoveel slechter
te presteren dan Spanje? Een ander project: de Nederlandse
waterhuishouding. Door Europese regelgeving én doordat het zo'n
beslag op de ruimte legt, is dit een buitengewoon complex
vraagstuk. Ook nog eens omdat we het in Nederland zo hebben
georganiseerd dat we meteen andere doelen erbij betrekken,
waaronder herstructurering van het landschap en ontwikkeling van
een netwerk van natuurgebieden."
"Als onderzoeker beweeg je je dan op vijf, zes beleidsterreinen
tegelijk. Misschien is dat ook de kracht van de Twentse aanpak,
denkt Bressers. "Ontwikkeling van eerste, tweede,
of derde-generatietechnologie is niet genoeg. Die 'hardware'
zul je moeten combineren met 'software' strategieën voor 'good
governance'. Hecht samenspel van politiek, overheid, bestuur met
andere sectoren en maatschappelijke organisaties is cruciaal."
Onderlinge afhankelijkheid, Bressers ziet het overal. Milieuzorg
en duurzame ontwikkeling is niet langer 'het westerse
verhaal' tegenover een ander verhaal van ontwikkelingslanden. "De
voedselketen in Bolivia of Brazilië heeft alles te maken met wat
bij ons in de winkel staat. En vindt het rijke Westen het een goede
milieumaatregel om over te schakelen op biobrandstoffen, dan blijft
de grote vraag natuurlijk: draait dit niet uit op verslechtering
van de leefomstandigheden in het armere Zuiden."
Nu biedt dat Noord-Zuid-perspectief kansen genoeg, haast
Bressers zich te benadrukken. "We kijken in hoeverre duurzame
bosbouw als CO2-opslag door ontwikkelingslanden benut kan worden in
het kader van de Kyoto- en post-Kyoto-overeenkomsten. Stel
namelijk, hun bosbouw laat zich waarmerken als serieuze bijdrage
aan klimaatbehoud, dan is er alle reden daarvoor grotere sommen
geld vrij te maken. Zeker ook als het helpt tegen armoede en de
sociale cohesie van plaatselijke gemeenschappen alleen maar
bevordert."
Duurzaamheidstips
Aan de vooravond van het vierde lustrum van zijn instituut,
in oktober, maakt Bressers een balans op. Het Twentse onderzoek
naar technologie en duurzame ontwikkeling is door de laatste
internationale visitatiecommissie over de hele linie als excellent
beoordeeld. Voor de onderwijsopleiding kwam een accreditatie af 'om
trots op te zijn'. Bovendien zijn intussen 600 alumni overal
uitgezworven. "Als wetenschappelijk instituut verander je de wereld
niet. Maar soms kun je net die steentjes bijdragen die je van de
wetenschap mag verwachten".
Doet Hans Bressers zelf aan duurzaamheid? "Ik ga bewust niet met
de auto naar mijn werk, voor die zeven kilometer in mijn geval pak
ik de fiets. Goed voor het milieu én - voor iemand met zo'n zittend
beroep - goed voor het gestel. Een tweede bijdrage: veel minder
vlees eten! Eens in de tien dagen is mij meer dan genoeg. Niet dat
ik vegetariër ben, vergelijk het alleen met plantaardig voedsel.
Vlees vergt zoveel meer energie - én water! Laatste tip: consumeer
niet alles wat er maar te consumeren valt. Daardoor lukt het mij
spaargeld achteruit te leggen. Geld dat ik laat gebruiken door die
banken die er ten minste iets goeds mee doen. Zoals voor
armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling."
Voor meer informatie kun je contact opnemen met één van onderstaande personen:
Wetenschapsredacteur Universiteit Twente
Berend Meijering
053 4894385
Stuur een email