UT-onderzoeker ontwikkelt nieuwe laboratoriumtechniek voor onderzoek naar hart- en vaatziekten
10 maart 2010
Hart- en vaatziekten zijn een van de belangrijkste doodsoorzaken in de wereld. Ongeveer 1 miljoen Nederlanders hebben een hart- of vaataandoening. Andries van der Meer van de Universiteit Twente ontwikkelde een nieuwe laboratoriumtechniek voor onderzoek naar het ontstaan van deze aandoeningen. Het voordeel van de nieuwe techniek is een aanzienlijke vermindering van de hoeveelheid cellen die gekweekt moeten worden, waardoor er een belangrijke snelheidswinst geboekt wordt in het wetenschappelijk onderzoek. Van der Meer promoveert 10 maart aan de faculteit Technische Natuurwetenschappen.
Vasculaire endotheelcellen vormen de binnenbekleding van alle
bloedvaten. Het bloed dat langs de endotheelcellen stroomt, zorgt
voor een bepaalde spanning op de vaatwanden: de schuifspanning. Als
de schuifspanning verandert, door bijvoorbeeld een verhoogde
hartslag, reageren de endotheelcellen daarop. Een onregelmatige
schuifspanning, in combinatie met een ongezonde leefstijl, kan
hart- en vaatziekten veroorzaken. In bepaalde delen van het
vaatstelsel zijn de bloedstromen niet constant, maar turbulent,
bijvoorbeeld in de nek en rondom het hart. De reactie van de
endotheelcellen hierop speelt een rol in de aanzet en ontwikkeling
van vaataandoeningen (zoals atherosclerose).
Andries van der Meer onderzocht de reactie van endotheelcellen
op de schuifspanning door gebruik te maken van microfluïdische
technologie. Tot op heden was er een grote laboratoriumopstelling
nodig van enkele vierkante centimeters (5 bij 10 centimeter) om de
endotheelcellen te kweken en de reactie van de cellen op de
schuifspanning te volgen. Van der Meer ontwikkelde een nieuwe
laboratoriumtechniek op micrometerschaal. De hoeveelheid weefsel
die nodig is, ligt een factor honderd lager. De hoeveelheid
vloeistof die door het systeem stroomt, is een factor duizend
lager. Hierdoor kunnen onderzoekers in dezelfde tijd vele malen
meer celbiologische processen volgen. Het inzetten van
microtechnologie kan zo het onderzoek naar het ontstaan van hart-
en vaatziekten in een stroomversnelling brengen.
Samengevoegd beeld van een microscopische fase-contrastopname van
een microfluidisch kanaal (100 micrometer breed) met
endotheelcellen die in dit kanaal gekweekt zijn.
Noot voor de pers:
Andries van der Meer promoveert op 10 maart 2010 aan de
faculteit Technische Natuurwetenschappen. Hij voerde zijn onderzoek
uit binnen de vakgroep Polymeerchemie en Biomaterialen van het
onderzoeksinstituut MIRA. Hij werd begeleid door prof. dr. Istvan
Vermes, prof. dr. Jan Feijen en dr. Andre Poot. Zijn proefschrift
'Microfluidic Technology in Vascular Research: The Endothelial
Response to Shear Stress' is op verzoek digitaal beschikbaar.
Contactpersoon voor de pers: Rianne Wanders,
053-4892721.