Promovendus: “Ontwikkelingshulp moet radicaal anders”
01 december 2009
“De ontwikkelingshulp zoals deze tot op heden plaatsvindt, werkt niet en moet radicaal anders.” Dat is de kern van de bevindingen in het proefschrift “Management of the Dutch development cooperation”, dat extern promovendus ir. Wiet Janssen op 3 december verdedigt aan de Universiteit Twente.
Janssen, zelf gedurende ruim achttien jaar als technisch en
management consultant werkzaam bij ontwikkelingsprojecten, heeft
vijf jaar aan zijn onderzoek gewerkt. Daaruit komt naar voren dat
de doelen van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid maar zelden
worden gehaald. Sterker nog, Janssen stelt vast dat in sub-Sahara
Afrika de ontwikkelingshulp geen enkel effect heeft en dat landen
die veel hulp ontvangen zich niet sneller ontwikkelen dan landen
die weinig of geen hulp krijgen. "Het is eerder omgekeerd." De
promovendus komt verder tot de conclusie dat "de slechte kwaliteit
van het bestuur in veel ontwikkelingslanden door hulp niet kan
worden verbeterd. Veel hulp maakt het alleen maar erger."
Volgens het onderzoek van Janssen, dat is gebaseerd op officiële
stukken van onder meer de Wereldbank, het ministerie van
Ontwikkelingssamenwerking, de OESO en diverse VN-organisaties,
wetenschappelijke publicaties en interviews, raakt
een derde van de staatsfondsen in de ontwikkelingslanden zoek door
corruptie. Voorts concludeert hij dat "de grote hoeveelheid hulp
aan Afrika" een overwaardering van de lokale munt veroorzaakt,
waardoor landbouw en industrie niet kunnen concurreren: "De hulp
houdt Afrika arm."
"Ook leiden watervoorziening en gezondheidszorg tot een toename
van het aantal kinderen per gezin. Waar voedsel schaars is, zoals
in grote dele van Afrika, neemt dan vooral bij kinderen de
ondervoeding toe, en hun gezondheid verbetert niet."
Janssen verklaart zich nadrukkelijk geen voorstander van
afschaffing of decimering van de officiële ontwikkelingshulp. Op
basis van zijn onderzoek stelt hij wel dat de huidige aanpak niet
werkt, soms contraproductief is en dat daarom radicale hervorming
geboden is, uitgaande van plaatselijke noden en wensen en van de
noodzaak om mensen praktisch te scholen. "Zo zouden Afrikaanse
kinderen uit arme families op de basisschoolleeftijd vaardigheden
moeten leren die nodig zijn om ondernemer te kunnen worden. Ook is
het zinvol deze kinderen vroeg op te leiden voor een beroep waarmee
ze een baan kunnen vinden die een redelijk loon oplevert. Alleen
dan kan er op termijn sprake zijn van zinvolle ontwikkelingshulp
die leidt tot blijvende armoedevermindering", aldus de
promovendus.
Het onderzoek van Janssen concentreert zich op het officiële
beleid van de Nederlandse minister voor Ontwikkelingssamenwerking.
Ook de activiteiten van grote ngo's als Oxfam-Novib en Cordaid
komen aan de orde plus een groot aantal andere partner
organisaties, zowel Nederlandse als internationale, b.v. WOTRO,
adviesorganen, researchinstituten, etc. Ook de vele honderden
kleine particuliere initiatieven (als groep) en bestaande
handelsverhoudingen zijn onderzocht. Noodhulp en
conflict bestrijding zijn geen onderwerp van het proefschrift.
Voor nadere informatie, een digitale versie van het proefschrift
of contact met de promovendus kunt u zich wenden tot
wetenschapsvoorlichter Joost Bruysters, tel.
053 - 489 2773 / 06 1048 8228.