Nieuwe membranen reduceren CO2-uitstoot elektriciteitscentrales
Zes keer minder CO2-uitstoot door nieuw ontwikkelde membranen
17 maart 2010
Koolstofdioxide (CO2) is een belangrijke veroorzaker van het broeikaseffect. Vooral elektriciteitscentrales stoten veel CO2 uit, namelijk 60% van het totaal. Sander Reijerkerk van de Universiteit Twente ontwikkelde twee nieuwe membranen die de uitgestoten CO2 afvangen. Beide membranen kunnen zorgen voor een vermindering van de CO2-uitstoot met een factor zes. Reijerkerk promoveert 19 maart aan de faculteit Technische Natuurwetenschappen.
De meeste elektriciteit wordt opgewekt met fossiele brandstoffen
in elektriciteitscentrales. Bij de verbranding van deze
brandstoffen blijft een mengsel van stikstof, waterdamp en
koolstofdioxide (CO2) over. De CO2 zorgt voor
de meeste milieuproblemen. Zestig procent van de totale
CO2-uitstoot wordt veroorzaakt door
elektriciteitscentrales. Sander Reijerkerk van de Universiteit
Twente ontwikkelde twee nieuwe membranen die deze CO2
eruit kunnen filteren. Het voordeel van het gebruik van membranen
ten opzichte van andere methoden, zoals absorptie of cryogene
destillatie, is dat ze energiezuinig zijn en dat ze modulair zijn
en dus gemakkelijk achter elkaar te plaatsen zijn.
De Twentse promovendus liep tegen een tweetal
moeilijkheden aan, namelijk de grote hoeveelheden die
elektriciteitscentrales uitstoten en de relatief lage concentratie
CO2 daarin (10 tot 15 % van de uitstoot). Dit vereist
membranen die grote hoeveelheden CO2 kunnen doorlaten.
Reijerkerk ontwikkelde twee verschillende membranen die allebei een
hoge doorlaatbaarheid hebben voor CO2, maar
tegelijkertijd niet goed doorlaatbaar zijn voor de meeste andere
gassen. Hij nam als uitgangspunt zogenaamde multi-blokcopolymeren.
Deze rubberachtige polymeren worden al gebruikt voor de scheiding
van CO2 van andere gassen, maar zijn nog niet
doorlaatbaar genoeg voor het economisch rendabel scheiden van
CO2 van stikstof bij elektriciteitscentrales.
Een multi-blokcopolymeer bestaat uit zachte CO2
doorlaatbare segmenten en harde, niet CO2 doorlaatbare
segmenten die zorgen voor de mechanische sterkte.

Figuur 1. Een multi-blokcopolymeer. De rode blokken zijn niet
doorlaatbaar voor CO2, de zwarte lijnen wel.
Reijerkerk onderzocht daarom twee strategieën om de
eigenschappen van multi-blokcopolymeren te beïnvloeden en te sturen
en zo de complete prestaties van het membraan te verbeteren. In de
eerste strategie paste hij het polymeer op moleculair niveau
dusdanig aan dat het zes keer beter CO2 uit de andere
gassen haalt. In de tweede strategie voegde hij een additief toe
aan een commercieel verkrijgbaar multi-blockcopolymeer, waardoor
ook hier de CO2-doorlaatbaarheid met een factor zes
steeg. Bij een combinatie van deze twee strategieën verwachten de
onderzoekers een doorlaatbaarheid die nog hoger ligt. Dit onderzoek
is een eerste stap in de richting om de CO2-uitstoot te
verminderen, door deze met speciale membranen af te vangen.

Figuur 2. Strategie 1 in beeld gebracht. Door het polymeer aan
te passen op moleculair niveau ontstaan grotere vlakken die de
CO2 filteren (vergelijk figuur a met b).
Noot voor de pers:
Sander Reijerkerk promoveert 19 maart aan de faculteit Technische
Natuurwetenschappen. Hij voerde zijn onderzoek uit in de vakgroep
Membraantechnologie en het onderzoeksinstituut IMPACT. Hij werd
begeleid door prof. dr. ing. Matthias Wessling en dr. ir. Kitty
Nijmeijer. Zijn proefschrift 'Polyether based block copolymer
membranes for CO2 separation' is op verzoek digitaal
beschikbaar.
Contactpersoon voor de pers: Rianne Wanders,
053-4892721 of 06-10497231.